Ben ik nou gek?

depressie.png

  • Nooit eens een depressie? Zeg, voel jij je wel goed?

Een tsunami van kritiek daalt neer over het plan van Menzis om aanbieders met betere uitkomsten financieel te belonen. ‘Een waanzinnige gedachte’, vindt de een. “Zeer gevaarlijk”, zegt de ander. ‘Alsof de verschillen in behandelresultaten zijn terug te voeren op de verschillen in inspanning en kwaliteit van de behandelaren” De GGZ slaagt er – als vanouds – weer in om met een goed doordachte reactie  onrust te strooien over dit voornemen. Tijd dus voor een tegengeluid. Want het idee van Menzis is zo gek nog niet. Vind ik!

Ik bespeur namelijk een subjectieve zelfanalyse bij veel professionals in de GGZ. Hun eigen effectiviteit schatten ze steevast dwaas hoog in. Die mening stoelt vrijwel nooit op harde cijfers. Ik zie ook een onderling hopeloos verdeelde en een met het eigen imago schermutselende beroepsgroep. “Wanneer loodgieters eenzelfde wazige opvatting over hun nering zouden ventileren als therapeuten, dan lekte heel Nederland van binnenuit en konden we ons landje doortrekken.”

Therapeutische uitmuntendheid vraagt niet om nog meer of nieuwe behandelmethoden en -technieken. Integendeel. Het is niet de therapeut of zijn therapiemodel wat een therapie doet slagen. De meest krachtige factor tot verandering is de cliënt (de mens) zelf en wat zich afspeelt in zijn of haar leven buiten de therapiekamer. De zogenaamde extra-therapeutische factoren. Gevolgd door de tot stand gebrachte relatie tussen cliënt en therapeut (zie ook Barry L. Duncan, Scott D Miller, Jacqueline A Sparks 2004).

Ook VU-hoogleraar klinische psychologie Pim Cuijpers reageerde kritisch in de Volkskrant. Hij noemde het plan “onzalig”, want het is volgens hem nauwelijks te zeggen of een patiënt opknapt door een behandeling. “Veel mensen knappen spontaan op”, zegt hij….. Als dat zo is, waarom zetten wij dan überhaupt behandeling in?

Laat ik het wat concreter maken.

Deze week verscheen ook (toevallig?) een Artikel dat zegt dat huisartsen het aantal studenten met psychische problemen zie stijgen. “De nood is hoog”, kopt het artikel. “Psychologen zijn niet aan te slepen. Steeds meer studenten kampen met psychische problemen. De oorzaak is een opeenstapeling van stressfactoren: toegenomen prestatiedruk op universiteiten, angst voor schulden, de invloed van sociale media.”

Precies, denk ik dan. Dat is wat wij doen: wij bieden behandelingen aan om de gevolgen te bestrijden, te verzachten of hanteerbaar te maken. Wij lopen over van begrip voor de cliënt, diepen het probleem graag uit., Waardoor er vaak een vicieuze cirkel ontstaat met als gevolg een steeds groter wordend probleem dat voor de persoon die er last van heeft alleen maar ingewikkelder en onoverzichtelijker wordt. De sfeer wordt beladen met problemen, waardoor het gevaar dreigt dat de oplossing steeds verder uit het zicht raakt er ook de hoop op verbetering zal afnemen. Het doet mij denken aan de boodschap in het boek “Ooit een haan horen zeggen dat-ie vroeger ’n eitje was?; een psychiatrische patiënt kijkt liever vooruit dan terug (Stichting Pandora, Amsterdam, 1991 ISBN9071227049). Of, zoals meiden bij Fier Fryslan (slachtoffers van eer gerelateerd en huiselijk geweld, seksueel geweld en mensenhandel mij eens spiegelden: “Jullie hulpverleners willen alleen maar praten over onze problemen. Wij willen praten over onze toekomst. Over opleiding, werk enzo.”

Juist deze boodschap schraagt de inzet van Menzis. Zij willen goede uitkomsten belonen en niet langer (alleen) het aantal behandelingen resp. de inzet. Het belang en het oordeel van de patiënt wordt daarin meegewogen. Terecht, zeg ik. Met onze zorg is veel geld gemoeid. Dat geld moet worden ingezet om de uitkomst voor de patiënt te verbeteren. Dat zou een onverstandige maatregel zijn als wij het probleem als vertrekpunt nemen. Niemand op de wereld kan mij vertellen hoe een depressie ontstaat, bij wie, hoe ernstig die wordt en hoe lang die gaat duren. Die kennis is er gewoon niet. Wat wij wel weten is wat wel werkt: een oplossingsgerichte aanpak.

“Doe je ogen eens open” vraag ik de GGZ-collega’s dan ook. “Overschat je eigen effectiviteit niet.” Geschoolde en gekwalificeerde therapeuten in alle disciplines overschatten hun eigen effectiviteit met gemiddeld 60%!” Zegt ook psycholoog Scott D. Miller, Ph.D. (Institute for the Study of Therapeutic Change, Center for Clinical Excellence). Een psycholoog kan betere psychologische zorg bieden door te werken volgens het principe van ‘practice based evidence’ in plaats van ‘evidence based practice’ (Zie ook http://www.scottdmiller.com/). Zeker als hij of zij daarbij ook de (mogelijkheden van) de context meeneemt.

Anders gezegd: isoleer niet het ‘probleem’, maar plaats het in haar context. Focus de behandeling niet op het beperken van het problematische functioneren. Herstel van het onproblematisch functioneren vraagt om het kijken (en durven zien!) van kansen en mogelijkheden. En laat dat nu precies het fundament zijn van de decentralisatiebeweging van en bij de meeste – zo niet alle – gemeenten: het plaatsen van de inwoners in het bredere denk- en kijkraam van hun talenten en omgeving. Volgens mij kunnen bepaalde onderdelen van behandelingen snel worden geschrapt omdat blijkt dat ze niet helpen. Vindt ook Ernst Klunder, voorzitter van Volante, een samenwerkingsverband van grote ggz-instellingen. Het belangrijkste en werkende bestanddeel in heel veel therapieën blijkt namelijk gewoon ‘tijd’ en ‘aandacht. Tijd om te luisteren naar het verhaal, tijd om het te plaatsen in zijn context en aandacht voor de mogelijkheden.

Oplossingsgerichte gespreksvoering, gebaseerd op tijd en aandacht verschilt wezenlijk van de doorgaans gehanteerde (probleemgerichte) gespreksvoering. Exploratie en analyses van de factoren die een probleem veroorzaken of in stand houden zorgen niet automatisch voor verbetering van dat probleem. Kenmerkend bij de oplossingsgerichte gespreksvoering is dat

  • Problemen als uitdagingen/kansen worden gezien
  • De probleemhouder/cliënt de expert is
  • Je niet stuk maakt wat niet stuk is
  • Dat als iets werkt, je daarmee doorgaat
  • Als iets werkt, ga ermee door
  • Als iets niet werkt, je het anders moet doen

De interventies zijn erop gericht de probleemhouders/cliënten te helpen de aandacht te verleggen naar juist die momenten waarop het anders is, waardoor oplossingen mogelijk zijn.

Ben ik nou gek? Ik ben gek genoeg om daaraan te twijfelen. Wereldwijd wordt enorm veel energie en geld gestoken in onderzoek naar en betere behandelingen voor depressie. Met gematigd succes. Er bestaat een alternatieve route: stimulatie van geluk!

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

Advertenties

Als beteren niet meer kan

als je niet meer.png

  • Als je niet meer beter word

Als een patiënt de diagnose kanker krijgt volgt vaak een angstige toekomst, vol van vragen en onzekerheden. De film Als je niet meer beter wordt laat het leven zien van twee palliatieve oncologiepatiënten en de zaken waar ze tegenaan lopen. De Huisartsenkring Amsterdam/Almere (HKA) is een van de initiatiefnemers van de film. Bedoeling is onder meer om te laten zien hoe belangrijk het is dat huisarts en patiënt tijdig goed contact hebben, opdat de huisarts de (terminale) zorg naadloos kan overnemen. Het is de bedoeling dat de film in groepsverband wordt bekeken, met afsluitend een discussie.

 

Vastberadenheid

bron

  • Vastberaden

Eens voer een kind in een boot over een groot meer. Midden op het meer leunde het kind over de rand van de boot om zijn spiegelbeeld in het water te bekijken, en op dat moment verloor het kind het kostbaarste wat het bezat. Uit een zakje van zijn bloes glipte een wondermooie ring; die ring had het kind van zijn vader gekregen toen het op reis ging.

Het duurde lang voordat het kind de oever van het meer bereikte. Daar aangekomen begon het met zijn handen water uit het meer te scheppen. Er kwam een man langs die vroeg wat het daar aan het doen was. “Ik heb mijn ring verloren midden op het meer, nu schep ik het water eruit om hem weer te vinden”. “Ach kind”, zei de man, “je leven is te kort om al het water uit het meer te scheppen, zelfs als je tien levens had zou je het meer nooit leeg kunnen scheppen”.

“Ik heb het kostbaarste verloren”, zei het kind, “ik moet het terugvinden”, en ging door met scheppen.

Toen kwam de zon op en zag het kind aan de rand van het grote meer met zijn kleine handjes water scheppen.

De zon vroeg: “Waarom doe je dat?” “Ik heb de ring van mijn vader verloren, hij ligt op de bodem van het meer, ik moet hem terugvinden”. “Weet je hoe lang dat kan duren?” vroeg de zon. “Misschien een heel leven, misschien tien levens of meer, voor de ring van mijn vader geef ik alle levens”. En het kind ging door met scheppen. De zon, diep onder de indruk van de vastberadenheid, het geloof en de toewijding van het kind, droogde met de kracht van zijn stralen het meer uit, en op het diepste punt van het meer vond het kind de ring van zijn vader terug.

Verdwaald?

boer.png

  • De boer en de verdwaalde zakenman

Een zakenman die een conferentie moest bijwonen in een afgelegen stad besloot over de provinciale wegen te rijden in plaats van de snelweg te nemen om er een ontspannen uitje van te maken. Na een paar uur rijden besefte hij dat hij hopeloos was verdwaald. Hij zag een boer die het land naast de weg bewerkte, stopte en vroeg de weg.  “Kunt u mij vertellen hoe ver het is naar Enschede?” vroeg hij aan de boer. “Nou, dat weet ik niet precies”, antwoordde de boer. “Kunt u mij dan zeggen hoe ver ik van Apeldoorn ben?” vroeg de zakenman. “Nou, dat weet ik niet precies”, antwoordde de boer opnieuw. “Kunt u me dan in ieder geval de vlugste weg naar de snelweg vertellen?” vroeg de zakenman geërgerd. “Nee, dat weet ik niet precies”, antwoordde de boer andermaal. “U weet eigenlijk niet zoveel, hè?” floepte de ongeduldige zakenman eruit.

“Nee, maar ik ben ook niet verdwaald” antwoordde de boer bedaard.

Aan de dood ontsnappen

papagaai

  • De papegaai

Een zakenman in China had een papegaai, waar hij veel van hield. Haast nog meer dan van z’n vrouw en kinderen. Hij moest echter op een dag op zakenreis, naar Hindoestan (India). Hij moest zijn vrouw, kinderen en de papegaai een lange tijd achter laten. Hij vroeg wat ze voor souvenir wilden heben. Zijn eerste dochter wilde een mooie jurk. Z’n tweede dochter vroeg een speciale parfum. En z’n vrouw vroeg om mooie sieraden. Toen ging de zakenman naar de papegaai, die in een gouden kooi zat.

“Ik moet naar Hindoestan, kan ik iets voor je mee nemen, papegaai?” “Nee”, antwoordde de papegaai. “Maar ik kom uit Hindostan. Je hoeft alleen maar de groeten te doen aan de papegaaien daar en ze te vertellen, dat ik hier in China in een gouden kooi opgesloten zit”.

De zakenman vond het prima. Hij kwam na een lange tocht in India, deed zijn zaken en kocht souvenirs voor zijn beide dochters – een jurk en fijne parfum – en prachtige sieraden voor zijn vrouw. Toen schoot hem de wens van de papegaai te binnen. Hij vroeg waar hij de papegaaien kon vinden en kwam in een park terecht, waar honderden papegaaien in de bomen zaten. Hij vertelde: “Ik groet jullie allemaal uit naam van mijn papegaai, die in China in een gouden kooi opgesloten zit.” Hij had het nog maar net gezegd, of er viel een papegaai van een boomtak op de grond. Dood! De zakenman werd verdrietig: “Waarom heb ik die boodschap ook overgebracht? Nu ben ik schuldig aan de dood van een papegaai!”

Hij ging met z’n spullen terug naar China en gaf de souvenirs aan z’n beide dochters en aan z’n vrouw. Vervolgens liep hij naar z’n papegaai en vertelde over de papegaai in het park, die dood op de grond viel, nadat hij de groeten had gedaan namens de papegaai in de gouden kooi. Meteen daarna viel de papegaai dood op de bodem van de kooi. Opnieuw was de zakenman erg verdrietig. Er zat niets anders op, dan de papegaai in de achtertuin te begraven. Hij nam de kooi mee en deed die alvast open. Toen hij een gat begon te graven, vloog de papegaai uit de kooi en ging in een boom zitten in de tuin.

“Hé, je leeft nog!” riep de man verbaasd.

“Ja”, zei de papegaai, “mijn soortgenoot in Hindoestan heeft me geleerd hoe ik uit de kooi kon ontsnappen!”

Protesteren is niet genoeg

protest.png

  • Een slechte actie vindt altijd goede argumenten

Werkers in de jeugdzorg wordt gevraagd maandag 3 september 2018 je vrij te houden voor een grote jeugdzorgmanifestatie in Den Haag! Waarom? Omdat er een eind moet komen aan de enorme werkdruk en administratieve last. De organiserende vakbond – FNV – eist  minstens € 750 miljoen extra voor de jeugdzorg, minder administratie en minder aanbestedingswaanzin. Tijd om actie te ondernemen!

Sta ik hier achter? Ja, en nee. Het is zeker tijd om in te grijpen! Ik begrijp nut en noodzaak. Voor de toekomst van het vak, voor gezond en prettig werken en voor kwaliteit voor het kind! Maar de eisen – lees oplossingen – die (voor-)gesteld worden, zijn wat mij betreft wel van de nodige kanttekeningen te voorzien.

  1. Regeldruk begint bij vaak bij onszelf

Zeker, de administratieve regeldruk is groot en moet binnen de zorg omlaag. Daarmee ben ik het eens. Een overmaat aan regeldruk kost veel geld, beperkt het werkplezier van medewerkers, leidt tot hogere werkdruk en heeft daarmee een negatief effect op de kwaliteit van en tijd voor zorg.

Ondanks alle initiatieven om de regeldruk terug te dringen, is de administratieve belasting de afgelopen jaren niet aantoonbaar verminderd. Wat zeg ik?  De regeldruk is gestegen, onder meer als gevolg van de decentralisaties in 2015. Maar niet alleen de overheid, uitvoeringsorganisaties en toezichthouders veroorzaken die regeldruk veroorzaken. Zij komt ook voort uit eigen interpretatie van die regels door zorgorganisaties zelf. Bovendien leggen zij zichzelf en haar professionals ook allerlei aanvullende regels op. 80% van de gewraakte regelgeving komt niet van de landelijke overheid, maar wordt in de weg naar en op de werkvloer bedacht door de mensen zelf. Om het voor hen beter beheersbaar te maken.

Mijn advies: bestuur de regels om het beste middel te vinden om ze te overtreden!

  1. Aanbestedingswaanzin: verkeerde mensen vragen verkeerde dingen

Aanbestedingen zijn bedoeld om de beste partij te zoeken voor het leveren van zakelijke producten en diensten. Wie wel eens een aanbestedingsdocument heeft gezien, weet hoeveel werk daarin gaat zitten. 30 tot 50 pagina’s is het minimum. Zo een document wordt vervolgens verspreid onder mogelijke aanbieders, zij krijgen de kans om vragen in te dienen en vervolgens dienen zij een voorstel te schrijven conform een specifiek format. Deze voorstellen wordt vervolgens gewogen tegen vooraf opgestelde criteria en daaruit volgt een keuze voor een aanbieder. Dat lijkt heel eerlijk en efficiënt, maar niets is minder waar. Waar een aanbesteding geschikt kan zijn voor het inkopen van standaardproducten, is het ronduit ongeschikt voor alles waar creativiteit, inzicht en menselijk talent bij nodig is. Na zo’n 40 jaar werken in de zorg weet ik dat de beste ideeën voor ontstaan in dialoog. Juist een diepgaand en goed gesprek over de situatie en wensen voor de toekomst brengt nieuwe inzichten en mogelijkheden naar voren. Dingen die noch de inkopende organisatie noch de aanbieder hadden kunnen bedenken. Dat is bij uitstek iets dat samen, in gesprek moet gebeuren. Hoe eerder in het proces deze dialoog plaatsvindt, hoe beter de oplossingen worden. Een aanbestedingstraject legt de vraag en aanpak eenzijdig en gedetailleerd vast voordat er ruimte is voor een dialoog met de aanbieders. Dit is een verarming van het proces en zorgt voor en minder kwalitatief aanbod dan mogelijk zou zijn met zo een dialoog.

Het beste recept voor een succesvol systeem? Werk samen met partners waarmee je eerder succesvol hebt samengewerkt. En dat kan bij aanbesteden niet, omdat de beste partner op papieren criteria wordt gekozen, met papieren antwoorden, en een technocratische rekensom waar ‘de beste’ uit rolt. (Zie ook: De speld op de mouw regeert)

  1. Geld is niet het grootste probleem, maar ons gebrek aan samenwerking

Het onderwijs heeft een ernstig tekort aan leraren. De jeugdhulp barst uit zijn voegen. Passend onderwijs wringt. Er zijn veel knelpunten bij onderwijs en jeugdhulp. Met een onmiddellijk roep om meer geld als gevolg. Terwijl de oplossing niet ligt in meer geld. De echte oplossing? Sla de handen ineen. Wij hebben samen de opdracht om de verschillende speelvelden met elkaar te verbinden en de plannen over en weer af te stemmen.

Samenwerking ligt voor de hand omdat de doelstelling dezelfde is, namelijk: bevorderen dat kinderen en ouders die behoefte hebben aan hulp bij het opgroeien, de opvoeding en het onderwijs (kosten-)effectiever, sneller en preventiever ondersteuning krijgen. Tegelijkertijd moet er een eind komen aan de explosieve groei van gespecialiseerd onderwijs en gespecialiseerde zorg. Deze hulp moet zoveel mogelijk in en met de eigen sociale omgeving geboden worden. Het aantal hulpverleners met wie ze te maken hebben, wordt tot een minimum beperkt.

Het veronderstelt een transformatie – zoals dat heet – waarbij de eigen verantwoordelijkheid en het probleemoplossend vermogen van ouders en kinderen versterkt worden. Vaak gaan onderwijs en de jeugdzorg over dezelfde jeugdigen. Veel problemen van jeugdigen spelen namelijk zowel thuis als op school als in de vrije tijd, maar worden veelal door verschillende diensten en hulpverleners opgepakt. Wij kunnen, nee moeten een eind maken aan deze versnippering en verkokering. Een integrale aanpak waarbij de verbinding wordt gelegd tussen jeugdhulp en het (passend) onderwijs is een belangrijke randvoorwaarde voor het welslagen van geformuleerde ambities.

Kleinere klassen, minder werkdruk, effectieve aandacht voor ouders en kinderen en minder jeugdzorg. Het valt allemaal te realiseren. Niet met meer geld, maar door bestaande budgetten slimmer toe te delen. Anders gezegd: hevel een belangrijk deel van de jeugdhulp over naar het onderwijs. Ouders voeden hun jeugdigen immers niet in hun eentje op. De school, voorzieningen als opvang, jeugdwerk en sport dragen eveneens bij aan de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Die zijn nu onvoldoende op elkaar gericht/ Kan het? Zeker, als wij elkaar zo gek krijgen het gewoon te doen! (zie ook: Doe eens gek, doe normaal!)

Het risico van de voorgestelde manifestatie is dat het meer van hetzelfde is. Dat de eisen in de postvakjes terecht komen van politici en bestuurders Waarin soortgelijke verzoeken liggen vanuit talloze andere hoeken. Met als resultaat: teleurstelling en energieverlies. Gewoon, omdat niet alle wensen ingewilligd, want betaald kunnen worden. Ik ben niet tegen actie. Maar protesteren is niet genoeg. Natuurlijk, voor elke actie vinden wij altijd wel goede argumenten. Maar de beste actie is dat te doen wat haalbaar is en beter voor onze toekomst!

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

Doen!

beleidsadviseur

  • 6 tips voor de beleidsadviseur sociaal domein van de toekomst!

Het sociaal domein is constant is in verandering. Peter Paul Doodkorte, Senior Adviseur bij Vondel & Nassau, geeft zijn visie over de toekomstige rol van de beleidsadviseur. Bij verandering in het sociaal domein wordt vaak gedacht aan technologische ontwikkelingen – denk aan blockchain – en ontwikkelingen in wet- en regelgeving, zoals de omgevingswet.

Er vindt echter nog een veel belangrijkere ontwikkeling plaats voor de beleidsadviseur binnen het sociaal domein. De rol van de beleidsadviseur zal gaan veranderen naar de rol van beleidsregisseur. Dit vraagt een andere aanpak. Problemen en cases binnen het sociaal domein zijn complex van aard en vragen een integrale geregisseerde aanpak. De beleidsregisseur van de toekomst zal zich nog meer gaan richten op het samenbrengen van de juiste spelers. Denk hierbij aan ketenpartners en andere gemeenten. Doodkorte geeft zes tips voor de beleidsadviseur van de toekomst:

  1. Stel je als professional eens voor dat het over jouw partner, kinderen of kleinkinderen gaat. Of over jouw vader en moeder. Dat het jouw portemonnee is. Zou jij dan hetzelfde doen?  Zou jij tevreden zijn met het antwoord?
  2. Begin niet bij de letter van de wet, maar bij het doel daarvan. Hanteer de omgekeerde toets! Stap 1 is kijken naar wat in een situatie de best werkende oplossing is. Stap 2 is het zoeken de wetten die dat mogelijk maken.
  3. Praat niet, maar luister! Wat houdt de ander (jouw cliënt) gaande? Waar leeft hij/zij voor? Waar is hij/zij ‘thuis’? Wie ziet hem of haar staan?
  4. Jaag niet op problemen! Zoek naar hetgeen waarvan de cliënt energie krijgt, waarvoor hij/of zij warm loopt.
  5. Zet de cliënt niet in een leunstoel. Wederkerigheid groeit als je de cliënt kunt vragen jou te helpen om hem of haar te helpen. Wat is volgens hem/haar de beste oplossing/het beste antwoord en wat kan hij/zij zelf daarvoor doen.
  6. Durf te onderhandelen: durf voorwaarden te stellen: “Ik kan dit doen, als u dat….”

Tot slot wil Doodkorte beleidsadviseurs uitdagen om omgekeerd naar problemen te gaan kijken. Als voorbeeld noemt Doodkorte de Rotterdamse aanpak van kindermishandeling. In Rotterdam worden namelijk in plaats van de kinderen, de ouders uit huis geplaatst. Niet de standaard aanpak, maar misschien wel logischer?

Peter Paul Doodkorte is hoofddocent bij de 5-daagse verkorte opleiding voor beleidsadviseurs: ‘beleidsadviseur sociaal domein 3.0’ (start: 6 november 2018 in Utrecht).