Het beest binnenin

beest.png

  • Beast

Op het ruige eiland Jersey woont de 27-jarige vrouw Moll. Ze probeert zich los te maken uit haar verstikkende gezin.

Haar vader heeft dementie en haar moeder is dominant en manipulatief. Moll wordt er constant aan herinnerd dat ze minder waard is dan haar boer en zus. Het eiland wordt al een aantal jaar geteisterd door een onbekende seriemoordenaar die al meerdere jonge meisjes heeft vermoord. Ondanks deze spanning doen de eilandbewoners alsof er niks aan de hand is. Op een dag komt Moll de mysterieuze en vrijgevochten Pascal tegen, en is gelijk onweerstaanbaar tot hem aangetrokken. Gaandeweg wordt duidelijke dat beide worstelen met een geheim uit een getroebleerd verleden, iets wat hun band nog intenser maakt. Zelfs als Pascal verdacht wordt van de moorden op het eiland, blijft Moll onwrikbaar achter hem staan. Dat roept de vraag op wie hier de dader is en wie het slachtoffer…

Beast is het sterke debuut van Britse regisseur Michael Pearce. Deze cinematografisch wonderschone psychologische thriller speelt zich af op het eiland waar Pearce zelf geboren is. Hoofdrolspelers Jessie Buckley en Johnny Flynn debuteren hier als speelfilmacteurs, een samenspel dat keer op keer verrast. Door de ruige omgeving heeft zelfs het meest idyllische moment een dreigende ondertoon.

 

Advertenties

Utøya herbeleefd

utoya.png

  • Utøya 22. Juli

Op 22 juli 2011 laat een zwaarbewapende rechtsextremist een bom afgaan in het centrum van Oslo. Op het eiland Utøya vindt op dat moment een zomerkamp voor jongeren plaats.

Geschokt door het nieuws uit de hoofdstad stellen de jongeren hun familie thuis gerust dat ze ver van het incident vandaan en veilig zijn. De 19-jarige Kaja maakt ruzie met haar zusje Emilie omdat zij geen zin heeft om naar een barbecue te gaan. En dus gaat Kaja alleen. Dan zijn er ineens schoten te horen. Er is geren en geschreeuw, en de jongeren doen er alles aan om zich te verschuilen. Ze zorgen voor elkaar terwijl ze proberen uit te vinden wie de aanval heeft geopend en hoe ze kunnen ontkomen. Daarnaast moet en zal Kaja haar zusje weer vinden.

Regisseur Erik Poppe vertelt met Utøya 22. Juli het gruwelijke waargebeurde verhaal van de aanslag van Anders Breivik, waarbij hij 69 jongeren doodschoot en er nog eens 200 verwondde. Geholpen door slachtoffers gaat Poppe voor een akelig realistisch beeld, dat in één take is opgenomen. Het moment van de aanslag in de film duurt 72 minuten, net zolang als in het echt, en bevat het exacte aantal schoten. We zien de jongeren op het eiland vaak vanuit hun persoonlijk perspectief. Daarmee wil Erik Poppe de focus leggen op de slachtoffers in plaats van de dader. Tijdens de Noorse première waren er gemixte reacties op de film, die 7 jaar na de aanslag is gemaakt. Sommigen vinden het goed voor de verwerking, anderen vinden het te vroeg.

Te voet komt hij niet ver…

don't worry.png

  • Don’t Worry, He Won’t Get Far on Foot

John Callahan bruist van de levenslust, heeft een talent voor politiek incorrecte humor en een drankprobleem.

Na een wilde feestnacht belandt hij voor de rest van zijn leven in een rolstoel. Vanuit een schijnbaar uitzichtloze situatie maakt John echter een vriend voor het leven binnen een excentrieke AA-groep. Bovendien ontmoet hij de vrouw van zijn leven en verwerft hij nationale faam en glorie met zijn schofferende cartoons, de belangrijkste uitlaatklep voor zijn strijd tegen alcohol en het leren omgaan met zijn zware handicap. Fans roemen zijn zwartgallige humor, maar haters klagen over zijn gebrek aan politieke correctheid. Een luchtige film op over een man die van zijn grootste kwetsbaarheid zijn sterkste eigenschap maakt.

Je eigen plan trekken

ezel.png

  • Je eigen weg gaan

Op een dag gingen een vader en zoon met een ezel op pad. De vader wilde lopen en zette zijn zoon op de rug van de ezel. Zo gingen zij op weg tot zij mensen tegenkwamen die zeiden: ‘Zie daar de wereld op zijn kop. Die gezonde jongen zit rustig op de ezel, terwijl zijn arme, vermoeide vader nauwelijks vooruit komt.’

De jongen hoorde dit, schaamde zich en stapte af. Hij wilde dat zijn vader verder op de ezel zou rijden. Zo liepen ze voort. Even later hoorden ze: ‘Moet je dat zien. Wat een ontaarde vader, die zelf lekker op de ezel zit en zijn kind laat lopen.’

Na dit verwijt zei de zoon: ‘Kom, laten we samen op de ezel rijden.’ Zo vervolgden ze hun weg tot zij mensen tegenkwamen die zeiden: ‘Kijk, dat arme beest. Zijn rug zakt door onder het gewicht van hen beiden, wat een dierenbeulen.’

Daarop zei de jongen: ‘Laten we allebei te voet gaan, dan kan niemand ons nog verwijten maken.’ Zo liepen ze verder achter hun ezel. Tot voorbijgangers commentaar leverden: ‘Zie deze dwazen. Ze lopen in de brandende zon en geen van beiden denkt eraan op de ezel te gaan zitten.

Vader richtte zicht tot zijn zoon en zei: ‘Tja, mijn zoon, hoe je je ook gedraagt, op- en aanmerkingen zullen er altijd in overvloed zijn. Volg daarom altijd wat je eigen hart je ingeeft.’

Op zoek naar vastigheid

Lean on Pete.png

  • Lean on Pete

De introverte vijftienjarige Charley Thompson is op zoek naar vastigheid in zijn leven.

Zijn moeder is niet in beeld en zijn jonge vader heeft al moeite genoeg om zijn eigen leven op de rails te houden. Charley kent weinig zekerheden en is vaak op zichzelf aangewezen. Hij hoopt dat ze met de verhuizing naar Portland een nieuwe start krijgen. Daar vindt hij werk bij Del Montgomory, een nukkige doorgewinterde paardentrainer die samen met zijn jokcey Bonnie geld verdient met races. Charley reist met hen langs paardenraces in stoffige stadjes, met het grootse Amerikaanse landschap als achtergrond. Daar sluit hij een vriendschap met het versleten renpaard Lean on Pete. Als Del hem onverwacht naar de slacht wil sturen, komt Charley voor het eerst in zijn voor een volwassen keuze te staan. Op zoek naar vastigheid, in de vorm van zijn geliefde tante die hij al jaren niet heeft gezien…

Met Lean on Pete schetst regisseur Andrew Haigh (Weekend, 45 Years) een rauw en intiem portret van de sociale onderklasse in Amerika. Opnieuw oogst hij grote waardering van de internationale filmpers en festival jury’s. Een aangrijpend drama over liefde, eenzaamheid en volwassen worden, gebaseerd op het bekroonde boek van Willy Vlautin. De jonge acteur Charlie Plummer ontving de award voor Best Emerging Actor op het Venice Film Festival 2017, en schittert naast meer ervaren acteurs als Steve Buscemi en Amy Seimetz.

De tuin van het leven

garden of life

  • Garden of life

In deze ontroerende docu volgen we de dementerende tuinman Leo, die tussen zijn geliefde bomen en planten grip probeert te houden op zijn steeds verwarrender wordende bestaan. Ooit reisde de nu 82-jarige Leo graag samen met zijn echtgenote Riet de hele wereld af. Maar sinds de eerste tekenen van Alzheimer zich manifesteerden, verkiest de Nijmeegse  Leo zijn achtertuin boven iedere andere plek.

Daar, tussen zijn geliefde bomen en planten, probeert Leo grip te houden op zijn steeds verwarrender wordende bestaan. Een jaar lang volgt zijn schoonzoon en filmmaker Marco Niemeijer hem, van seizoen tot seizoen. Weer of geen weer, Leo is altijd in zijn toevluchtsoord te vinden. Soms zijn zijn woorden en handelingen nog coherent, maar naarmate de tijd verstrijkt, worden zinnen steeds onlogischer. Hij scharrelt steeds vaker doelloos rond, half met een gedachte spelend, die dan weer verliezend. Als hem wordt gevraagd of hij het wel eens moeilijk heeft, laat hij liever zijn tuin zien, “Aan mijn tuin heb ik genoeg”. Zo nuchter als hij is, zo boos kan hij worden op zijn vrouw Riet, die symbool staat voor alle mensen en dokters die zich ineens met hem bemoeien. Het ene moment is hij helder, het andere moment heerst er chaos. Maar hij keert altijd terug naar een tegelspreuk in zijn tuinhuisje: “Vriendschap is de zonneschijn in de tuin van het leven”. Die wijsheid wordt gedurende de film steeds meer verbastert, net zoals Leo’s bewustzijn voor de camera. Een bijzonder, puur en ontroerend portret van een oude man die zijn einddagen doorbrengt in zijn tuin.

Bekroonde filmmaker Marco Niemeijer besloot zijn schoonvader een jaar lang te filmen in zijn tuin. Leo en zijn tuin staan symbool voor iets groters; het langzaam verdwijnen van de geest van mensen met Alzheimer en hoe zij hierin zijn verbonden met de natuur.

Bekroonde filmmaker Marco Niemeijer besloot zijn schoonvader een jaar lang te filmen in zijn tuin. Leo en zijn tuin staan symbool voor iets groters; het langzaam verdwijnen van de geest van mensen met Alzheimer en hoe zij hierin zijn verbonden met de natuur.

Bekroonde filmmaker Marco Niemeijer besloot zijn schoonvader een jaar lang te filmen in zijn tuin. Leo en zijn tuin staan symbool voor iets groters; het langzaam verdwijnen van de geest van mensen met Alzheimer en hoe zij hierin zijn verbonden met de natuur.

Bekroonde filmmaker Marco Niemeijer besloot zijn schoonvader een jaar lang te filmen in zijn tuin. Leo en zijn tuin staan symbool voor iets groters; het langzaam verdwijnen van de geest van mensen met Alzheimer en hoe zij hierin zijn verbonden met de natuur.

Bekroonde filmmaker Marco Niemeijer besloot zijn schoonvader een jaar lang te filmen in zijn tuin. Leo en zijn tuin staan symbool voor iets groters; het langzaam verdwijnen van de geest van mensen met Alzheimer en hoe zij hierin zijn verbonden met de natuur.

 

Heb het lef eens

dakloos.png

  • Van onderhouden naar oplossen

Het gaat goed met de economie in Nederland. Zij draait op volle toeren. Hetzelfde geldt voor de opvang van dak-en thuislozen in ons land in het algemeen en de 4 grootste steden in het bijzonder. Hun aantal stijgt fors, nadat het probleem enkele jaren geleden vrijwel was opgelost. De dag- en nachtopvang draait op volle toeren. Niet in de laatste plaats ook, omdat zij – door het gevoerde beleid – vooral ook als draaideur fungeren. Wil de opvang duurzaam betekenis krijgen, dan is een omslag van het onderhouden van het probleem naar het wegnemen van de oorzaken dringend noodzakelijk.

De dakloze anno 2018 is al jaren niet meer de getikte zwerver of de tandeloze junk. Het gaat over personen met een complexe problematiek, waarbij een groot aantal factoren van maatschappelijke en individuele aard een rol speelt. Een cumulatie van stressvolle gebeurtenissen, materiële, affectieve of relationele factoren, persoonlijke en institutionele factoren, waaraan een verschillend gewicht wordt gegeven, zorgt voor de thuisloosheid. Dit komt onder andere door de moderne samenleving, die een aantal risico’s herbergt voor maatschappelijke uitsluiting en thuisloosheid. Processen als individualisering, het hogere levenstempo, de druk op toenemende arbeidsproductiviteit en de afnemende bereidheid om mensen binnen de eigen kring op te vangen zijn voorbeelden van risicofactoren voor sociale uitsluiting.  Wie om welke reden dan ook achter raakt met zijn vaste lasten – door scheiding en/of ontslag – staat voor hij het weet op straat. Bij een bepaalde categorie van thuislozen is er bovendien sprake van een pijnlijke onmacht hen adequaat te kunnen helpen. Zij heten de zorgmijders: voor iedereen ongenaakbare of verwarde mensen die zich ondanks hun in ellende gezwachtelde omstandigheden beroepen op hun recht op zelfbeschikking.  Dat maakt de groep van dak- en thuislozen zeker geen homogene groep.  In sociaal opzicht is er sprake van een ernstige problematiek! Tegelijkertijd lijken stadsbestuurders deze problematiek vooral een ongewenst fenomeen te vinden waartegen men hardhandig wenst op te treden. De zichtbare aanwezigheid van daklozen en de overlast die met hun gedrag gepaard gaat, wordt door hen als ongewenst beschouwd, omdat dit een negatieve invloed heeft op de uitstraling van de stad. De stigmatisering richting daklozen neemt daardoor eerder toe dan af.

Het is dus niet waar dat iedereen in Nederland mee mag doen en dat wie aan de kant blijft staan bij de kraag wordt gevat om onderdeel te worden van de maatschappij. Daklozen kunnen de bout hachelen.

De rekenkamers van de vier grote gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) hebben op basis van onderzoek eerder deze maand (mei 2018) vastgesteld dat er vier wezenlijke knelpunten spelen:

  1. Gemeenten leveren onvoldoende passende ondersteuning bij de meestal zeer complexe problematiek van cliënten. Nog te vaak staat niet de cliënt, maar het systeem met allerlei regels en criteria centraal
  2. Er zijn tekorten wat betreft opvangbedden en passende en betaalbare woonruimte binnen en buiten de opvangketen.
  3. De sturingsinformatie is bij alle gemeenten van wisselende kwaliteit.
  4. Sommige van de G4-gemeenten hebben in de organisatie van opvang en ondersteuning onvoldoende aandacht voor leren, verbeteren en innoveren.

In 2013 leek het probleem van de dak- en thuislozen na de actie ‘Niemand Op Straat’ vrijwel opgelost. Hoewel er toen nog altijd 24.000 dak- en thuislozen bij opvanginstanties verbleven. Sinds twee jaar neemt het aantal dak- en thuislozen snel toe, ondanks alle inspanningen.

Het totaal aantal dak- en thuislozen is gestegen tot 31.000, terwijl er ook er weer duizenden daklozen in de steden buiten slapen. Per saldo kachelen wij achteruit.  Zeker in de grotere gemeenten. Meer dan de helft van de landelijke stijging vindt daar plaats. Precieze cijfers zijn moeilijk te krijgen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CSB) hanteert getallen waarbij dak- en thuislozen vooral worden geregistreerd als ze in de opvang zitten of bij familie op de bank slapen. Van daklozen op straat bestaan geen cijfers. Deze registratie- en informatievoorziening moet worden verbeterd, zodat beter gestuurd kan worden in opvang en zorg. Maar betere registratie alleen neemt de oorzaken niet weg. Je kunt er niet in wonen, noch van eten.

Natuurlijk, er zijn veel voorzieningen voor deze doelgroep, naast ook frequent niet-gebruik van deze instellingen. Maar juist deze oplossingen zijn de oorzaken van het structurele probleem. Dak- en thuislozen krijgen onderdak en begeleiding, maar een duurzaam perspectief, een eigen ‘thuis’ wordt niet of mondjesmaat geboden. Cliënten verblijven daardoor vaak te lang in een opvangcentrum waardoor ze ‘geïnstitutionaliseerd’ raken.

De graad van terugval na vertrek uit een opvangcentrum is mede hoog, omdat de begeleiding zich vooral toespitst op de opvang en dus niet op de woonsituatie. De druk aan de poort van de instellingen is daardoor onveranderd hoog, en het duurt vaak een tijdje voordat een behandeling kan starten of er een plekje is gevonden waar iemand opgenomen kan worden. Het is de kracht van de opvangvoorzieningen om voor die mensen even herberg te zijn ter overbrugging naar een meer gepaste en – als het even kan – duurzame vorm van ondersteuning.

De integrale aanpak is binnen de opvang mede daardoor succesvol. Deze heeft er toe geleid dat er heel veel mensen van straat zijn gehaald en een beter (integraal) hulpaanbod hebben gekregen. Er is minder overlast op straat en de veiligheid is toegenomen. Een duurzaam toekomstperspectief voor deze mensen echter ontbreekt. Dat is ook het ondubbelzinnige en vernietigende oordeel van de rekenkamers van de G4.  Met de huidige inzet, gericht op het realiseren van opvang, faciliteert de gemeente daarmee feitelijk het in stand houden van het probleem.

Het passende antwoord ligt in een eigen huis, een plek onder de zon, meedoen (participatie) en altijd iemand in de buurt die jou raden kan. Dat draagt bij aan duurzaam herstel. Weten wij uit onderzoek en ervaring. Juist echter die elementen ontbeert de huidige opvang. Waardoor het risico op terugval voor dak- en thuislozen niet alleen groot is, maar vooral ook naakte werkelijkheid. Er zijn – naar de huidige stand van zaken – zo’n 10.000 woningen nodig om een groep van 16.000 daklozen die klaar zijn om zelfstandig te wonen, een eigen onderkomen te bieden. Realiseren wij dat niet, dan blijft alle opvang per saldo – de niet aflatende inzet en bedoelingen van de voorzieningen ten spijt – water naar de spreekwoordelijke zee dragen.

Wat is de oplossing? Een woning! Gewoon zoals iedereen een woning betrekt. Met voorwaarden die voor alle huurders gelden: geen overlast veroorzaken, tijdig huur betalen en je houden aan de (sociale) regels. Omdat het hierbij gaat over mensen voor wie zelfstandig wonen geen vanzelfsprekendheid is, kan woonbegeleiding op maat een uitkomst zijn; met als doel de woning te behouden. Met het weer zelfstandig wonen neemt de eigenwaarde en het zelfvertrouwen van de deelnemer toe en gaat hij weer perspectief zien. Hierdoor ontstaan mogelijkheden om te gaan werken aan verbetering van de kwaliteit van leven.

Het wordt tijd dat de opvangvoorzieningen in de steden daarvoor de handen ineen slaan. Het lef hebben om een grens te stellen. Van hun achilleshiel het sterke punt maken. Oftewel: zij moeten van de gemeenten (fors) meer budget vragen Met onder andere gemeenten en woningcorporaties moeten zij zich inspannen om samen voldoende woningen te realiseren. Waarbij ook alternatieve en laagdrempelige woonconcepten als tiny houses in ogenschouw genomen worden. De opvang wordt daarbij omgevormd tot ‘tijdelijke verblijfscentra met maximale leerkansen voor het individu’, waarbij individuele begeleiders de cliënt langdurig ‘volgen’. Goed opvang begint namelijk waar zij ophoudt: bij thuisgeven!

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.